Khalid Benhaddou@BenKhalud
Kerstman verdwijnt uit Plopsaland
De Kerstman verdwijnt dit jaar uit Plopsaland. Aan de Hogeschool Utrecht (HU) worden Kerstmis en Pasen van de academische kalender geschrapt en herdoopt tot ‘nationale feestdag’. Het zijn beslissingen die zich aandienen als tekenen van vooruitgang en inclusie, maar in werkelijkheid meer zeggen over de kramp van instellingen die hun angst in beleid vertalen. Niemand op straat vroeg hierom. En toch landen zulke keuzes telkens weer op de schouders van gewone mensen.
We leven in wat de socioloog Zygmunt Bauman ‘vloeibare tijden’ noemde. Zekerheden verdampen, houvast lijkt te verdwijnen en conflict sluimert onder de oppervlakte. In die context denken instellingen dat ze polarisatie voorkomen door symbolen te neutraliseren. Maar neutraliseren is geen verbinden, het is verdunnen. Je houdt een kalender zonder geheugen over, en een samenleving zonder geheugen is stuurloos.
Wat hier meespeelt, is een postmoderne reflex: alles wat nog naar geschiedenis ruikt, moet gedeconstrueerd worden. Een deel - ik veralgemeen niet - van het progressieve veld blijft ‘ctrl+z’ drukken op tradities, in de hoop niemand nog te schuren. Maar een samenleving is nooit een wit blad; tabula rasa bestaat alleen in Excel. Elke samenleving komt voort uit een historiek, en een historiek heeft symbolen. Sommige daarvan waren exclusief en moeten kritisch herdacht of aangepast worden. Dat is terecht. Maar er zijn evenzeer symbolen die verbindend werken, de lichtjes op een kerstmarkt, de brunch met Pasen, de iftar tijdens de ramadan…
Al die vormen van gedeelde symboliek plat slaan tot neutrale sjablonen is de ziekte van onze tijd. We verwarren gelijkwaardigheid met gelijkvormigheid, en verliezen zo precies de rijkdom die verschil kan betekenen.
Het pijnlijke is dat de gevolgen van zulke beslissingen zelden worden gedragen door de beleidsmakers die ze nemen. Zij voelen zich veilig in vergaderzalen vol goede intenties. De rekening wordt elders gelegd, bij minderheden die opnieuw in een verdacht daglicht komen te staan. Want telkens wanneer woorden verdwijnen ‘omdat het inclusiever klinkt’, ontstaat er het vermoeden dat ‘dé moslims’ dit geëist hebben. Dat is niet alleen feitelijk onwaar, het is ook moreel onrechtvaardig. Moslims zijn niet de vragende partij voor het uitwissen van kerst of pasen; velen genieten mee van de kerstsfeer, bezoeken kerstmarkten, respecteren tradities als deel van het gedeelde weefsel en de volkscultuur. Toch blijft het frame hangen dat de aanwezigheid van de islam alles neutraliseert. Zo duw je moslims opnieuw in een verdomhoekje en voed je precies de polarisatie die je denkt te bestrijden.
Als moslim herken ik mij niet in een postmodernisme dat alles tot fragment deconstrueert. Ik geloof niet in desintegreren, maar in onderscheiden. Ja, we moeten snoeien in tradities waar ze exclusief of schadelijk waren, maar we moeten de stam niet omzagen. De canon is geen kanon. Ze is geen wapen tegen andersdenkenden, maar een geheugen dat ons oriëntatie biedt.
Laat ons ophouden symbolen te behandelen alsof het gevaarlijke chemicaliën zijn die zo neutraal mogelijk moeten worden verdund. Symbolen zijn bakens in onzekere tijden. Als we alles tot ‘neutraal’ poetsen, blijft er niets om ons aan vast te houden behalve lege vakjes op een kalender.
De keuze is dus niet die tussen kerstman of kabouter. De echte keuze is die tussen angst en vertrouwen, tussen uitwissen en erkennen en tussen steriele neutraliteit en volwassen pluraliteit. Voor dat laatste kies ik, ook als moslim, precies omdat ik weet wat een samenleving wint wanneer we verschillen niet wegvijlen maar waardig een plaats geven. Het moet gedaan zijn met schijninclusie die tradities uitvlakt en kwetsbare groepen de gevolgen laat dragen. Verbinden wat verbindt, corrigeren wat buitensluit, maar betekenis laten bestaan. Dát is de weg vooruit.