
Kennen jullie deze column nog? Na dit trauma nodigde Gerda mij uit voor een BBQ.
DIT IS DEEL 1 .
DEEL 2 VIND JE ONDER DEZE COLUMN.
Stel je voor: je zit op een verjaardag bij een vage kennis. De kringverjaardag-opstelling is een feit, de blokjes kaas zweten zachtjes in een bakje, en precies tegenover je zit hij.Aros
Aros is geen schoothondje. Aros is een Rottweiler van het formaat kleine betonmixer, met een kop zo groot als een bowlingbal en de focus van een sluipschutter.
Vanaf het moment dat ik mijn eerste slok lauwe cola nam, zijn onze blikken vergrendeld in een interspecies staring contest waar de gemiddelde cowboy u tegen zegt.
Het is niet de vrolijke blik van een hond die een bal verwacht. Nee, dit is de blik van een wezen dat al je zonden kent. Aros kijkt niet naar mij; hij kijkt door mij heen, rechtstreeks naar die ene keer in 2014 dat ik een parkeerboete niet betaalde.
Die zwarte wenkbrauwstippen boven zijn ogen fungeren als een soort radarsysteem dat elke hartslag van mij registreert.
Ik probeer de tactiek van de 'nonchalante negeerstand'. Ik kijk naar de kamerplant (half dood), naar de gastvrouw (vertelt over haar airfryer), en weer naar de kamerplant. Maar in mijn ooghoek zie ik die twee bruine knikkers in dat massieve zwart-bruine masker. Ze knipperen niet. Ze bewegen niet.
Aros is een harig standbeeld van pure intimidatie. Af en toe ontsnapt er een zware zucht uit zijn borstkas, die klinkt als een naderende onweersbui.
Wanneer ik een stukje leverworst richting mijn mond breng, intensiveert de blik. De pupillen van Aros verwijden zich tot zwarte gaten waarin alle gezelligheid van de middag verdwijnt. Ik begin te zweten. Ben ik een indringer? Is dit zijn stoel? Of ziet hij simpelweg een geest die over mijn schouder meekijkt?
Volgens de informatie over Rottweilers op de LICG-website zijn ze "zelfverzekerd", maar Aros is voorbij zelfverzekerd; hij is de baas van de onderwereld.
"Oh, kijk hem nou," roept de gastvrouw vertederd. "Aros vindt je écht leuk! Hij wijkt niet van je zijde."
Nee, Gerda. Aros vindt me niet leuk. Aros voert een psychologische oorlogsvoering uit die verboden is volgens de Conventie van Genève. Hij wacht tot ik breek. Tot ik huilend mijn leverworst aan hem overhandig en om genade smeek bij deze gespierde bewaker van de kringverjaardag.
Ik heb uiteindelijk mijn jas aangetrokken en ben gevlucht. Terwijl ik achteruit de oprit afreed, zag ik zijn massieve silhouet nog steeds voor het raam staan. Onbeweeglijk. Starend. Ik weet zeker dat hij me morgen een vriendschapsverzoek stuurt op Facebook, puur om me eraan te herinneren dat hij nog steeds kijkt.
Gerard Krispijn

Nederlands














