Peter ter Horst@PeterterHorst
Ik maak mij de laatste tijd steeds meer zorgen over het doorgeven van het familiebedrijf aan de volgende generatie.
Niet vanwege ondernemen zelf. Risico’s, concurrentie, crises en verandering horen daarbij. Dat begrijpt iedere ondernemer.
En laat één ding duidelijk zijn: belasting betalen hoort daar ook bij. Over winst, vennootschapsbelasting, loonbelasting, dividendbelasting en btw is op zichzelf niets mis mee. Dit is juist een teken van economische activiteit, werkgelegenheid en welvaart.
Maar ik zie een fundamentele principestrijd ontstaan.
Aan de ene kant staat het principe waarop veel familiebedrijven generaties lang gebouwd zijn:
dat je als huidige generatie het beheer en vertrouwen krijgt van de vorige generatie om het bedrijf sterker door te geven aan de volgende generatie.
Aan de andere kant ontstaat steeds vaker het principe dat niet alleen gerealiseerd inkomen of winst belast moet worden, maar ook papieren waardes, fictieve rendementen en theoretische voordelen.
Daar zit spanning tussen.
Want familiebedrijven bouwen vaak geen waarde op voor snelle consumptie of korte termijn winst, maar voor continuïteit, werkgelegenheid, stabiliteit en toekomstbestendigheid over generaties heen.
Vermogen is daarbij ook een buffer voor mindere tijden.
Waar grote beursgenoteerde bedrijven in moeilijke periodes soms direct afslanken en mensen eruit gooien, proberen veel familiebedrijven juist door te draaien, personeel vast te houden en te investeren in vernieuwing. Juist om het bedrijf in omvang te behouden, sterker uit een crisis te komen en weer verder te groeien.
Waarde zit bovendien vaak vast in vastgoed, voorraad, personeel, systemen en het bedrijf zelf, niet als liquide vermogen op een bankrekening.
Zo heeft iedere generatie haar eigen uitdagingen.
Vroeger ging de strijd vooral om concurrentie, klanten, assortiment en de winkel naast je. Belastingen en regels waren er toen natuurlijk ook.
Maar tegenwoordig lijkt ondernemerschap steeds vaker anders bekeken te worden. Niet alleen gerealiseerde winst, maar ook opgebouwde waarde, overwaarde en theoretisch rendement komen nadrukkelijker in beeld als belastinggrondslag.
Het gaat mij niet om een pleidooi tegen belasting of verandering, maar om de vraag waar de balans ligt tussen een gezonde bijdrage aan de samenleving en het belasten van niet-gerealiseerde, niet-liquide waarde.
En als opgebouwde waarde steeds meer wordt benaderd als iets dat tussentijds afgeroomd moet worden (ook als die waarde niet gerealiseerd of liquide is) dan raak je uiteindelijk aan de kern van ondernemerschap zelf.
Want als generaties ondernemers straks gaan denken:
“Waarom zouden we nog jarenlang risico nemen, investeren en opbouwen als bezit en opgebouwde waarde vooral gezien worden als belastingbron?”
……dan volgt vanzelf het volgende hoofdstuk:
verkopen, schaal verkleinen, stilvallen of vertrekken naar landen waar lange termijn ondernemerschap nog wél wordt gekoesterd.
Familiebedrijven vormen bovendien in veel regio’s de ruggengraat van werkgelegenheid, lokale betrokkenheid, sponsoring en economische stabiliteit. Juist daarom is het belangrijk om goed na te denken over hoe we in Nederland omgaan met ondernemerschap, opgebouwd vermogen en continuïteit over generaties heen.
Al zal uiteindelijk de volgende generatie zelf moeten besluiten hoe zij hiermee omgaat.
Zij erven niet alleen een bedrijf, maar ook het fiscale en maatschappelijke klimaat waarin dat bedrijf moet voortbestaan.