Sabine Wijkerslooth retweetledi

Een ochtendcolumn
Hoe groot mag de overheid zijn?
De overheid heeft geld nodig om taken uit te voeren. Belastingen horen daarbij. Wat zelden wordt uitgesproken, is de vervolgvraag. Hoe groot mag een overheid eigenlijk zijn. Die norm ontbreekt. Er bestaat geen toets voor optimale omvang en geen grens waarboven groei ter discussie komt te staan.
Opmerkelijk genoeg geldt het stellen van die vraag al snel als verdacht. Wie suggereert dat de overheid mogelijk kleiner zou kunnen, belandt vrijwel automatisch in de rechts-radicale hoek. Dat is vreemd, omdat niemand kan aangeven hoe groot een efficiënte overheid eigenlijk moet zijn, of welk budget daarbij passend is.
Dat ontbreken van een norm heeft een zichtbaar gevolg. De omvang van de overheid groeit en krimpt niet meer mee met uitzonderlijke omstandigheden, maar verschuift structureel omhoog. Sinds de coronapandemie liggen de overheidsuitgaven blijvend hoger dan daarvoor, ook nadat de directe noodzaak is verdwenen. Groei wordt niet teruggedraaid, maar genormaliseerd.
Die schaalvergroting werkt door in het werkgeverschap. Ambtenaren behoren inmiddels tot de best betaalde grote werknemersgroepen van Nederland. Alleen de financiële sector betaalt gemiddeld per uur nog beter, blijkt uit CBS-cijfers die NRC publiceerde. De overheid is zichzelf structureel beter gaan betalen.
Dat was niet altijd zo. In de jaren zeventig en tachtig lag de beloning in de publieke sector rond het gemiddelde, passend bij de publieke taak. Sinds de jaren negentig is die norm stap voor stap verruimd. Het gaat om een structurele herpositionering van de overheid als topverdiener op de arbeidsmarkt.
In een functionerend systeem roept dat een logische vervolgvraag op. Leidt deze ontwikkeling tot betere prestaties.
Onderzoek laat dat niet zien. Analyses van het Centraal Planbureau en het CBS tonen dat de productiviteit van de overheid al jaren nauwelijks stijgt. Ondanks digitalisering en reorganisaties blijft de output per ingezette euro grotendeels gelijk. In delen van de uitvoering is zelfs sprake van daling.
Internationaal onderzoek van de OECD, de Wereldbank en het IMF bevestigt dit beeld. Grotere overheden functioneren niet automatisch beter. Landen met middelgrote overheden presteren geregeld beter dan landen met zeer grote. Efficiëntie hangt minder samen met omvang dan met eenvoud van regelgeving, uitvoerbaarheid en controleerbaarheid.
Wanneer schaal groeit zonder productiviteitsprikkel, stapelen problemen zich op. De Belastingdienst kampt met jarenlange hersteloperaties door regelstapeling. De woningmarkt zit vast in een tot op de vierkante meter gereguleerde sector. In de zorg groeit de administratie sneller dan de capaciteit. Het onderwijs verliest kwaliteit onder toezicht en verantwoording. Migratie geldt als onbestuurbaar binnen een dichtgetimmerd juridisch kader. Dit zijn geen incidenten, maar structurele gevolgen.
Opvallend is de reflex op falen. Vereenvoudiging blijft uit. Het antwoord bestaat uit nieuwe regels, extra uitzonderingen en aanvullende lagen. Complexiteit wordt niet teruggedrongen, maar beheerd. Zo groeit het apparaat verder, terwijl de uitvoerbaarheid afneemt.
In het bedrijfsleven bestaat een correctiemechanisme dat hier ontbreekt. Financiële krapte dwingt tot keuzes en prioritering. Schaarste fungeert daar als efficiëntie-instrument. De overheid kent die prikkel niet. Budgetten kunnen worden verruimd. Tekorten gefinancierd. Belastingen verhoogd.
Daarmee verschuift het perspectief. Niet afzonderlijke belastingmaatregelen staan ter discussie, maar het patroon erachter. Zolang niemand kan uitleggen hoe groot een efficiënte overheid mag zijn, wordt groei vanzelfsprekend. En zolang groei vanzelfsprekend is, verschuift het debat automatisch naar de vraag hoe middelen kunnen worden opgehaald, niet waarom dat nodig is. Elke grondslag die opbrengst genereert wordt dan bruikbaar, ongeacht de relatie met werkelijke waarde of draagkracht.
Nederlands


















