Dr Gert Jan Mulder@drG_J_Mulder
De ondraaglijke lichtheid van Forum voor Democratie
Klaagzang van een licht vertwijfelde Nederlandse marxist
Er zijn momenten waarop het mij werkelijk te veel wordt. Dan zit ik achter mijn bureau, omringd door Marx, Engels en Gramsci, met een lauwe havermelk latte, en kijk ik weer naar een bijeenkomst van Forum voor Democratie. Dan denk ik: dit is eenvoudigweg niet eerlijk.
Niet alleen omdat hun ideeën, vanzelfsprekend, historisch gedoemd zijn volgens de dialectiek. Nee, het probleem ligt dieper. Ze zien er namelijk irritant goed uit.
Neem hun leider, Thierry Baudet. Daar staat hij weer in een pak dat duidelijk niet uit een collectieve garderobe afkomstig is maar gewoon goed gesneden. Hij spreekt in volzinnen, citeert Latijn en lijkt bovendien een zekere lichtheid van bestaan te bezitten die volgens mijn theoretische kaders helemaal niet mogelijk zou moeten zijn. In mijn zorgvuldig opgebouwde wereldbeeld horen rechtse politici immers enigszins nors te zijn, een beetje verbitterd, licht overwerkt, met een stropdas die om klassenstrijd schreeuwt.
Maar dat beeld stort volledig in wanneer bijvoorbeeld Lidewij de Vos verschijnt. Stralend, opmerkelijk welbespraakt en, wat het nog erger maakt, ook nog biochemicus. Naar verluidt een van de weinigen in de Tweede Kamer die werkelijk begrijpt waar het stikstofdebat over gaat. Ze schreef er zelfs een boek over met Baudet, Niemand in de cockpit. Alleen al die titel ondermijnt mijn zorgvuldig gecultiveerde overtuiging dat de tegenpartij uitsluitend bestaat uit simplificaties en slogans.
Vandaag nog verscheen ze op een bijeenkomst in Barneveld waar ze het platteland verdedigde. Tot mijn grote ontsteltenis kreeg ze de grootste ovatie van de middag. Dat moment veroorzaakte bij mij een kleine ideologische kortsluiting, want volgens de sociologische literatuur behoren dit soort bewegingen gedreven te worden door ressentiment en frustratie. In plaats daarvan zag ik een zaal vol mensen die lachen, praten, luisteren en een zekere opgewektheid uitstralen.
Alsof dat nog niet genoeg is, bestaat er ook nog het raadsel van Ralf Dekker. Een jong bejaarde man, dat geef ik onmiddellijk toe, maar kennelijk nog steeds begiftigd met een onverklaarbare aantrekkingskracht op dames. Ik heb dat met eigen ogen gezien en ik moet eerlijk bekennen dat dit soort observaties mijn theoretische model niet bepaald versterken.
En daar zit ik dan. Met mijn theorie, mijn historische noodzaak en mijn rotsvaste overtuiging dat de interne contradicties van het kapitalisme uiteindelijk alles zullen doen instorten. Maar ondertussen ogen zij verdacht vitaal. Ze lijken energie te hebben, vertrouwen zelfs. Het meest verontrustende is misschien nog wel dat ze optimistisch lijken.
Voor een marxist is dat een bijzonder lastig verschijnsel. Wij weten immers dat de geschiedenis bestaat uit strijd, uit crisis en uit tegenstellingen. Dat is onze natuurlijke habitat. Wij voelen ons thuis in analyse, kritiek en ontmaskering. Maar zij, die verschrikkelijke mensen, lijken te geloven dat het leven ook iets is om van te genieten.
Heel soms, wanneer ik weer zo’n bijeenkomst zie, overvalt mij daarom een moment van diepe ideologische verwarring. Ik vraag mij dan af of het mogelijk is dat iemand politiek ongelijk heeft en er toch gelukkig uitziet.
Gelukkig hervind ik mijzelf dan snel. Ik sla een boek open van Karl Marx en lees een paar pagina’s over vervreemding.
Maar één probleem blijft knagen. Hoe grondig ik hun ideeën ook historisch materialistisch fileer, ik moet met pijn in het hart toegeven dat zij zich, alles bij elkaar genomen, aanzienlijk beter lijken te vermaken dan wij.