Niels Hoekman@NJHoekman
Ik mocht hier gratis naar de toilet. Ondenkbaar in Nederland waar zelfs een hond gratis mag urineren op straat, maar de politie en boa’s staan te popelen om boetes uit te schrijven als jij als mens even moet. Laat dat even bezinken.
Ik stond hier in Spanje, vroeg in m’n beste Spaans of ik even naar de wc mocht. “Si si, arriba.” Geen moeilijk gedoe, geen muntjes, geen chagrijn. Gewoon menselijkheid. Ondertussen zit je in Nederland, tank je je auto vol en mag je daarna nog even €0,70 tot €1 aftikken om te mogen plassen. Heb je een gezin met vier kinderen? Reken maar uit. Even stoppen langs de weg kost je zo een paar euro. Gastvrijheid? Ver te zoeken.
En ja, ik snap de ondernemer ook wel. Het leven is in Nederland simpelweg onbetaalbaar geworden. Huur, energie, belastingen… alles rijst de pan uit. Dus zelfs een toiletbezoek moet gemonetized worden om het hoofd boven water te houden. Dat is geen onwil, dat is overleven.
Hier in Spanje krijg je bij je drankje vaak nog een tapa. Gewoon, met liefde gemaakt. Iets extra’s. Iets menselijks. In Nederland is dat inmiddels science fiction.
Maar hé, we blijven vrolijk belasting betalen terwijl het geld over de balk gaat. De “groene droom”, miljarden naar het buitenland, en ondertussen wordt het hier voor gezinnen en ondernemers steeds minder leefbaar. Mensen zoals Rob Jetten gaan je niet helpen, die gaan alleen maar meer halen.
En ondertussen? Een hond mag gratis z’n behoefte doen op straat (ja, netjes opruimen natuurlijk), maar jij als mens wordt behandeld alsof je een overtreding bént als je even moet. Prioriteiten, iemand?
De criminaliteitscijfers worden ondertussen lekker geframed zodat iedereen braaf blijft, maar online gebeurt er van alles waar niemand grip op krijgt. Maar goed, pak vooral die wildplasser aan. Dat is de echte dreiging. (Sarcasme uit.)
Ik geniet hier even van de simpele dingen: gastvrijheid, menselijkheid en een toilet zonder pinautomaat.
En eerlijk? Ik ga mijn business t.z.t. ook uit Nederland halen. Alleen al om Jetten en consorten niet nog verder te spekken.
Misschien wordt het tijd dat we onszelf eens afvragen: voor wie doen we dit allemaal nog?