
Ik ging vandaag dus nietsvermoedend naar een rugbywedstrijd… beetje zon, beetje sfeer, biertje erbij — je kent het wel. Tot de tegenstanders arriveerden.
Niet met een bus.
Niet met een teamcar.
Maar met… dit ding.
Een busje dat eruitziet alsof het de onafhankelijkheidsoorlog nog heeft meegemaakt, onderweg drie keer is gereanimeerd en daarna gedacht heeft: “we zien wel hoelang dit nog goed gaat.” De verf bladdert eraf alsof het stress heeft, de ramen zijn half verdwenen en die ladder achteraan? Die lijkt er vooral op te zitten voor het geval iemand onderweg besluit eruit te vluchten.
Ik zweer het: toen dat vehikel het terrein op hobbelde, begon zelfs de bal spontaan zachter te stuiteren uit respect.
Maar goed, de deuren gingen open… en daar stapte het team uit. Fris. Fit. Klaar voor de strijd. Alsof ze net uit een luxe spelersbus kwamen met airco en massagezetels.
Vanaf dat moment wist ik één ding zeker:
als je in dat busje aankomt en nog energie over hebt om rugby te spelen… dan win je sowieso.
...ik ben niet gebleven tot het einde🥴



Nederlands

















