Pol Vanbiervliet nag-retweet

Dit moet mij van het hart: wat er afgelopen dagen gebeurde in Gent laat een bittere nasmaak achter. Het raakt aan iets fundamenteels in onze democratie. Een democratische coalitie werd in vraag gesteld, niet omwille van de inhoud of het beleid, maar door de aanwezigheid van één specifieke partij.
Waar protesten doorgaans maatschappelijke grieven aan de oppervlakte brengen, leek het hier te gaan om een weerstand tegen het democratisch proces zelf.
Een tendens die ik als democraat geneigd ben te veroordelen, ongeacht wie er protesteert.
Als N-VA of Vlaams Belang op straat zouden komen tegen een legitieme meerderheid, zouden we dit net zo goed aan de kaak stellen.
Laten we eerlijk zijn: toen de Vivaldi-regering werd gevormd, klonk ook kritiek vanuit rechts dat deze regering de ‘Vlaamse grondstroom’ niet weerspiegelde gezien er geen Vlaamse meerderheid was. Maar toen verdedigden velen diezelfde regering als legitiem, omdat ze een democratische meerderheid had gevonden in het parlement. Wie die regering verdedigde en nu in Gent protesteerde met het argument dat deze coalitie ‘de Gentse grondstroom’ niet vertegenwoordigt, toont zich inconsistent én ideologisch gedreven.
Het idee dat Gent per definitie en a priori een progressieve of conservatieve stad moet zijn en daarmee één visie moet weerspiegelen, beperkt onze democratie en sluit anderen uit. Dit schept een precedent dat niet zonder risico is: het betekent dat elke coalitie in vraag gesteld kan worden als zij niet voldoet aan een ideologisch ideaalbeeld. Maar democratie is geen monopolie van één visie; een stad hoort ruimte te bieden aan álle stemmen, ongeacht hun politieke kleur.
Want wat betekent dit voor die Gentenaars die niet links of progressief hebben gestemd? Moet een sociaal en inclusief Gent niet alle stemmen verwelkomen? Het opdelen van Gentenaars in categorieën op basis van hun politieke kleur brengt ons op een hellend vlak, één dat de inclusiviteit die Gent zo koestert ondermijnt.
Sommigen wijzen op Gent’s eigen sociologische geschiedenis in de relatie tussen middenveld en lokale overheid om het verzet tegen deze coalitie te verklaren. Maar dit neigt naar een argumentum ad antiquitatem- alsof het verleden voor altijd de toekomst zou moeten dicteren. Dat behoudende narratief zou je eerder bij rechts verwachten. Democratie is er juist om een veranderende sociologische realiteit op te vangen; het is storend dat links hier de argumenten gebruikt die men rechts zo vaak verwijt.
Er wordt gesproken over het ‘DNA’ van Gent, alsof één groep het morele recht bezit om te bepalen wat goed en slecht is voor de stad. Maar democratie gaat niet om één enkele waarheid, niet om een exclusief moreel kompas. Het vraagt om respect voor de keuzes van iedereen, om het vermogen om verschillen te omarmen. Het idee dat een bepaalde groep zich als hoeder van de ‘volksgeest’ opstelt en daarmee het morele monopolie over Gent opeist, is riskant en tast de essentie van onze democratie aan.
Gent verdient het om een stad te zijn bestuurd voor en door Gentenaars, waar iedereen welkom is, waar dialoog een hoeksteen blijft, en waar de democratie gekoesterd wordt door álle Gentenaars.
Nederlands










