EdelGeert@EdelGeertje
Dit stuk van Rosanne Hertzberger laat iets zien dat verder gaat dan euthanasie: een institutionele en morele verschuiving die je inmiddels ook ziet bij het denken over ‘genderidentiteit’.
In beide gevallen zie je dezelfde beweging. Instituten en procedures veranderen van functie. Waar artsen, psychiaters en juristen ooit grenzen bewaakten, valideren ze nu beleving. Het woord ‘zorgvuldig’ betekent in die logica niet langer bescherming, maar het correct doorlopen van een traject dat vrijwel altijd naar hetzelfde eindpunt leidt. De vorm vervangt het oordeel.
Morele begrippen verschuiven mee. Zorg ging ooit over leren leven met lijden. Nu verschuift de vraag: niet hoe iemand kan leven met wat moeilijk is, maar hoe de werkelijkheid passend te maken is bij het gevoel van nu. Bij euthanasie leidt dat naar sterven; bij genderzorg naar medische interventie. In beide gevallen wordt het proces versneld omdat de last van onzekerheid ondraaglijk lijkt.
Daarbij worden subjectieve categorieën juridisch en medisch dominant. Begrippen zonder objectief anker (lijden, identiteit, ‘zelfbeeld’, ‘onveilig voelen’) worden doorslaggevend. Als gevoel feit wordt, wordt het lichaam of het leven het probleem dat opgelost moet worden.
Je kunt uitzichtloosheid niet vaststellen in een gesprek; je kunt 'genderidentiteit' of 'gender-incongruentie' niet vaststellen via een protocol. Het lijden is echt, maar de uitkomst onvoorspelbaar. Uitzichtloosheid en identiteit zijn geen medische feiten. En medische onomkeerbaarheid verdraagt zich slecht met dat soort onzekerheid. Het maakt niet uit hoe zorgvuldig je iets probeert vast te stellen als het concept zelf niet te falsifiëren is: procedures kunnen bewijs niet vervangen.
Als waarheid niet meer buiten het individu ligt, valt er minder te toetsen. Dus wordt gevoel de norm, volgt het recht het gevoel, en legitimeren instituties dat gevoel via protocollen. Twijfel wordt in die logica niet gezien als zorg, maar als obstakel. Kritiek wordt al snel afgedaan als respectloos of vijandig, omdat het autonomie zou belemmeren. En autonomie wordt zo het morele zwaartepunt, ook voor jongeren en psychiatrische patiënten – precies de groepen die per definitie niet de volle draagkracht hebben om onomkeerbare keuzes te maken.
Het risico is niet dat we te weinig erkennen wat mensen voelen, maar dat we vergeten wat het betekent om verantwoordelijkheid te nemen.
nrc.nl/nieuws/2026/01…