
Column: Romeo’s spelen Nazi-cabaret Max von Kreyfelt De Romeo’s. Klinkt gezellig. Alsof de politie een romantische verrassing organiseert voor betrokken burgers die een middagje willen demonstreren. In werkelijkheid gaat het om mannen zonder herkenningstekens die tussen demonstranten lopen, plots iemand uit de menigte trekken, tegen de grond werken en afvoeren in een busje zonder publieke controle. Maar geen zorgen: dit alles gebeurt natuurlijk “ter bescherming van de democratische rechtsstaat”. Dat wordt er snel bij gezegd door mensen die zelf nooit door vier mannen in burger een arrestantenbusje in zijn gewerkt. Volgens de officiële uitleg dienen Romeo’s om “de motor uit de groep te halen”. Prachtige technocratische taal ook. Alsof burgers geen mensen zijn, maar defecte scooteronderdelen die verwijderd moeten worden voor onderhoud aan de openbare orde. Maar laten we niet doen alsof dit willekeurig is. Opvallend genoeg verschijnen deze undercoverbrigades slechts bij demonstraties waar de overheid nerveus van wordt. Protesteer je tegen immigratiebeleid, coronamaatregelen, stikstofbeleid of Europese machtsoverdracht? Dan lopen er ineens types tussen de menigte die eruitzien alsof ze auditie doen voor een Netflix-serie over corrupte havenbeveiligers. Bezet je een universiteit voor een politiek modieuze zaak of lijm je jezelf vast voor het klimaat, dan verandert de staat in een begripvolle welzijnsinstelling. Dan gaat het over “maatschappelijke emoties” en “ruimte voor activisme”. Wonderlijk hoe flexibel grondrechten worden wanneer de politieke boodschap overeenkomt met de agenda van bestuurders. En dan de media. Die brengen deze acties steevast alsof het gaat om een noodzakelijke ingreep tegen staatsgevaarlijke extremisten. Een vreedzame demonstrant wordt door vijf mannen in burger tegen een muur gedrukt, maar de krant spreekt de volgende ochtend over “spanningen rond het protest”. De echte spanning zit natuurlijk ergens anders. Namelijk in het feit dat een overheid undercoverknokploegen inzet tegen eigen burgers en verwacht dat niemand historische parallellen trekt. Want autoritaire systemen beginnen zelden met tanks in de straat, maar met intimidatie. Willekeur. Angst. Met de boodschap dat de staat je overal kan aanraken wanneer je de verkeerde mening ontwikkelt. En nee, Nederland is geen nazi-Duitsland. Maar het blijft fascinerend hoe snel bestuurders methodes normaliseren die ze op 4 mei zelf nog plechtig zeggen te veroordelen. “Dit nooit meer,” klinkt het dan. Behalve wanneer het wordt verpakt in een modern beleidsdocument met Engelse politietermen en een communicatiestrategie van het ministerie. Dan heet het ineens professioneel optreden. De ironie is schitterend: een overheid die zichzelf presenteert als tolerant en democratisch, voelt zich zó zeker van haar legitimiteit dat ze anonieme straatintimidatie nodig heeft om critici onder controle te houden. Dat is geen kracht. Dat is angst in een maatpak. Steunt u mij ook? max1909.backme.org





















